Tracéstudie en haalbaarheidsonderzoek voor kabels en leidingen
De beste route van A naar B, met oog voor ondergrondse én bovengrondse knelpunten, omgevingsfactoren, kosten en beheer. Een helder advies dat voorspelbaar is in planning en budget.
Tussen het punt waar de kabel of leiding vandaan komt en het punt waar hij heen moet, liggen meestal meerdere routes. Welke de beste is blijkt pas als je ze naast elkaar legt: de ene is korter maar kruist een waterkering, de andere is langer maar blijft in openbaar gebied. Een tracéstudie maakt die afweging expliciet, voordat er ontworpen wordt.
Wanneer je dit nodig hebt. Bij een nieuw tracé waarvan de route nog niet vastligt, bij het verleggen of vervangen van een bestaande verbinding waarvoor meerdere routes denkbaar zijn, en op elk moment dat er een besluit over geld of grond moet vallen voordat het ontwerp begint. Ligt de route al vast, dan sla je deze stap over en begin je bij het tracé-detailontwerp.
De varianten. Wij zetten de reële routes op de kaart. Elke variant krijgt dezelfde behandeling: de KLIC-gegevens eroverheen, de conditioneringsbronnen erlangs en de bovengrondse situatie uit de BGT en het veldbezoek erbij. Zo vergelijk je varianten op dezelfde informatie in plaats van op gevoel.
De afweging. Per variant wegen we de aanlegkosten, de doorlooptijd, het aantal raakvlakken met andere netbeheerders, de vergunningen die nodig zijn, de hinder voor de omgeving en wat het tracé later kost aan beheer. Een variant die twintig meter korter is maar een spoorkruising toevoegt, is in de praktijk de duurdere.
Wat je krijgt. Een tracéadvies: de varianten op kaart, per variant de afweging met de onderbouwing, en het voorkeurstracé met de reden waarom het dat is. Daarmee is het besluit navolgbaar, ook voor iemand die er later bij komt.
De conditionering loopt hier meestal parallel aan: die toetst het ingetekende tracé aan ruim dertig publieke registers, verdeeld over twaalf onderwerpen. Zodra het voorkeurstracé vaststaat, gaat het door naar het tracé-detailontwerp.