Traject & kosten

Hoe breng je ondergrondse infrastructuur in kaart?

Door NexTerra Infra B.V. · laatst bijgewerkt op

Er bestaat geen kaart waarop alles staat wat er onder een straat ligt. Er bestaan vier bronnen die elkaar aanvullen en op punten tegenspreken, en een beeld ontstaat pas als je die verschillen oplost.

De vraag klinkt eenvoudig: wat ligt er onder de grond? Het antwoord is dat niemand dat volledig weet, ook de netbeheerders niet. Wat er is, zijn vier bronnen met elk hun eigen blinde vlek. Wie ze alle vier gebruikt, houdt een klein restrisico over. Wie er één gebruikt, houdt een groot restrisico over zonder dat te zien.

Bron 1: de KLIC-levering

Alle netbeheerders die op het landelijke stelsel zijn aangesloten leveren op aanvraag de ligging van hun netten in het opgevraagde gebied. Dat is een KLIC-melding, hij kost € 10,50 bij het Kadaster en hij is landelijk dekkend.

Dit is de beste startbron die er is, en het is verleidelijk om het daarbij te laten. Wat de levering niet zegt is echter precies wat je bij graafwerk nodig hebt: de diepte staat er meestal niet in, de horizontale ligging heeft een marge, en netten die buiten gebruik zijn gesteld hoeven niet geregistreerd te blijven.

Bron 2: archief- en beheergegevens

Naast de KLIC bestaat er van vrijwel elk stuk openbare ruimte een papieren geschiedenis: oude revisietekeningen, bestekken van eerdere reconstructies, gegevens van de beheerder van de openbare ruimte. Die zijn niet gestandaardiseerd en niet compleet, en juist daarom leveren ze op wat de KLIC niet heeft: verlaten leidingen, oude mantelbuizen, funderingsresten, en de aanwijzing dat het maaiveld ooit een halve meter lager lag.

Deze bron is de meest onderschatte. Hij kost tijd en levert niets meetbaars op, tot hij verklaart waarom de kabel een meter dieper ligt dan de tekening zegt.

Bron 3: het veldbezoek

Wat ondergronds ligt, laat bovengronds sporen na. Kasten, afsluiters, putdeksels, markeringspalen, afwijkend straatwerk in een strook: het zijn allemaal aanwijzingen die je op een tekening niet ziet en in een uur lopen wel.

Het veldbezoek heeft één specifieke waarde die geen enkele andere bron heeft: het toont de tegenspraak. Staat er een kast waar volgens de KLIC geen net loopt, dan is er iets niet compleet, en dat is beter om vóór het ontwerp te weten.

Bron 4: de proefsleuf

Dit is de enige bron die iets aantoont in plaats van aannemelijk maakt. Een proefsleuf legt het object bloot en de positie wordt ingemeten in RD-coördinaten.

Omdat het de duurste bron is, wordt hij gericht ingezet: niet overal, maar daar waar het risico dat rechtvaardigt. Dat is precies wat de risicoklasse per raakvlak bepaalt.

Het gaat om de verschillen

De vier bronnen samenvoegen is niet het echte werk. Het echte werk is de plekken vinden waar ze elkaar tegenspreken, want daar zit het risico. Een kabel die in alle vier de bronnen op dezelfde plek ligt, is geen probleem. Een kabel die in de KLIC staat en in het veld nergens te zien is, of andersom, is een vraag die beantwoord moet worden voordat er een schop de grond in gaat.

Daarom is 'in kaart brengen' geen tekenklus maar een onderzoek. Het resultaat is een kaart, maar de waarde zit in de vastlegging eronder: per gegeven waar het vandaan komt, en per raakvlak welke afweging er is gemaakt.

En wat er niet onder valt

Bodemgesteldheid, verontreiniging, archeologie en ontplofbare oorlogsresten zijn een apart spoor. Dat heet conditionering en het loopt parallel: het zegt niets over kabels, maar wel over of je op die plek überhaupt mag graven en onder welke voorwaarden.

BronWat hij goed doetBlinde vlek
KLIC-leveringlandelijk dekkend, alle aangesloten netbeheerdersdiepte, marge op de ligging, verlaten netten
Archief en beheergegevensverlaten leidingen, oude ingrepen, maaiveldwijzigingenonvolledig en niet gestandaardiseerd
Veldbezoektoont waar de bronnen elkaar tegensprekenalleen wat bovengronds zichtbaar is
Proefsleuftoont de werkelijke positie en diepteéén punt per sleuf, en het kost geld

Geen enkele bron is op zichzelf voldoende. De KLIC is het startpunt, de proefsleuf het sluitstuk, en de twee ertussen bepalen waar dat sluitstuk nodig is.

Veelgestelde vragen

Bestaat er een kaart met alle kabels en leidingen van Nederland?

Niet als open kaart. De gegevens bestaan wel, bij de netbeheerders, maar ze worden alleen per KLIC-melding voor een specifiek gebied geleverd. Er is geen landelijke kaart die u kunt raadplegen of downloaden.

Is een KLIC-melding genoeg om te weten wat er ligt?

Voor een eerste beeld wel. Voor graafwerk niet: de levering geeft de ligging met een marge en meestal zonder diepte, en netten die buiten gebruik zijn gesteld hoeven er niet in te staan.

Wat kost het om een gebied in kaart te brengen?

Dat hangt af van de gebiedsgrootte, het aantal netbeheerders en vooral van hoeveel raakvlakken er daadwerkelijk bevestigd moeten worden met een proefsleuf. De KLIC-melding zelf kost € 10,50 aan leges; de rest is onderzoek.

Kan ik dit zelf doen?

De eerste stap wel: een KLIC-levering opent u zonder account in een viewer en daarin ziet u alle netten per thema. Het samenbrengen van de bronnen en het afwegen per raakvlak is het deel waar de meeste tijd en de meeste aansprakelijkheid zit.

Neem contact opBinnen één werkdag antwoord.