Ontplofbare oorlogsresten: waarom dit onderzoek nooit automatisch gaat
Laatst bijgewerkt op
Ontplofbare oorlogsresten (OO), tot voor kort aangeduid als niet-gesprongen explosieven (NGE), zijn munitieartikelen uit met name de Tweede Wereldoorlog die niet tot ontploffing zijn gekomen en nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. Voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden wordt met historisch vooronderzoek vastgesteld of een gebied als verdacht moet worden aangemerkt.
Op plaatsen waar in de Tweede Wereldoorlog is gevochten, gebombardeerd of verdedigd, kan nog munitie in de bodem liggen die niet tot ontploffing is gekomen. Bij grondroerende werkzaamheden is dat een reëel veiligheidsrisico, niet alleen voor de machinist maar voor de hele omgeving. Het onderwerp heette lange tijd niet-gesprongen explosieven (NGE); de gangbare term is inmiddels ontplofbare oorlogsresten (OO).
Het onderzoek begint altijd met een historisch vooronderzoek. Daarin worden luchtfoto's, meldingen, gevechtsverslagen, ruimrapporten en gemeentelijke archieven bij elkaar gebracht om vast te stellen of er aanleiding is een gebied als verdacht aan te merken, en zo ja voor welk soort munitie en tot welke diepte. De uitkomst is een gebiedsafbakening, geen zekerheid over een individuele locatie.
Is een gebied verdacht, dan volgt detectie en zo nodig benadering en ruiming. Dat werk mag alleen worden uitgevoerd door bedrijven die daarvoor gecertificeerd zijn. Het bevoegd gezag is in de regel de gemeente, die ook beoordeelt of de gekozen aanpak volstaat. Veel gemeenten beschikken over een eigen bodembelastingkaart die als vertrekpunt dient.
En precies daar zit de reden dat dit onderzoek zich niet laat automatiseren. Er bestaat geen landelijke, dekkende dataset van verdachte gebieden. Wat er is, is per gemeente georganiseerd: sommige gemeenten publiceren een kaart als open data, andere niet, en de gehanteerde classificatie verschilt per gemeente. Een geautomatiseerde controle zou dus in het ene gebied een antwoord geven en in het andere niets vinden, zonder dat het verschil zichtbaar is.
Bij NexTerra Infra is dit daarom bewust geen automatische toets. In het conditioneringsrapport staat vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten als vaste vervolgstap, ongeacht wat andere bronnen laten zien. Een automatisch "geen risico gevonden" op een bron die het betreffende gebied helemaal niet dekt, leest als een geruststelling terwijl er in werkelijkheid niets is gecontroleerd. Bij dit onderwerp is die verwarring niet acceptabel.
Veelgestelde vragen
Is vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten verplicht?
Er is geen enkele wet die voor elk project een vooronderzoek voorschrijft, maar de werkgever is wel verplicht de risico's van het werk te kennen en te beheersen. Bij grondroerende werkzaamheden in een mogelijk verdacht gebied betekent dat in de praktijk dat vooronderzoek de aangewezen manier is om dat risico vast te stellen.
Wie is het bevoegd gezag?
In de regel de gemeente waar de werkzaamheden plaatsvinden. Die beoordeelt het vooronderzoek en de voorgestelde aanpak, en beschikt vaak over eerder uitgevoerde onderzoeken en een bodembelastingkaart voor het eigen grondgebied.
Waarom controleert NexTerra dit niet automatisch, terwijl andere bronnen wel automatisch gaan?
Omdat een landelijk dekkende bron ontbreekt. De zeven bronnen die wel automatisch worden gecontroleerd, dekken heel Nederland, waardoor "niets gevonden" ook echt betekent dat er niets geregistreerd staat. Voor ontplofbare oorlogsresten geldt dat niet, en dan is een expliciete vervolgstap veiliger dan een uitkomst die te veel belooft.