Ontplofbare oorlogsresten: waarom het onderzoek bij de gemeente begint
Door NexTerra Infra B.V. · laatst bijgewerkt op · 3 min lezen
Voor ontplofbare oorlogsresten, vroeger niet-gesprongen explosieven genoemd, bestaat geen landelijke kaart. Het onderzoek begint daarom altijd bij de gemeente en bij historisch vooronderzoek.
In het kort
- Geen landelijke kaart; het begint bij de gemeente en historisch vooronderzoek
- Opsporen mag alleen door gecertificeerde bedrijven
- In ons rapport: wat de kaart van de gemeente zegt als die het hele tracé dekt, anders "onderzoek nodig"
Ontplofbare oorlogsresten (OO), tot voor kort aangeduid als niet-gesprongen explosieven (NGE), zijn munitieartikelen uit met name de Tweede Wereldoorlog die niet tot ontploffing zijn gekomen en nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. Voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden wordt met historisch vooronderzoek vastgesteld of een gebied als verdacht moet worden aangemerkt.
Op plaatsen waar in de Tweede Wereldoorlog is gevochten, gebombardeerd of verdedigd, kan nog munitie in de bodem liggen die niet tot ontploffing is gekomen. Bij grondroerende werkzaamheden is dat een reëel veiligheidsrisico, niet alleen voor de machinist maar voor de hele omgeving. Het onderwerp heette lange tijd niet-gesprongen explosieven (NGE); de gangbare term is inmiddels ontplofbare oorlogsresten (OO).
Het historisch vooronderzoek
Het onderzoek begint altijd met een historisch vooronderzoek. Daarin worden luchtfoto's, meldingen, gevechtsverslagen, ruimrapporten en gemeentelijke archieven bij elkaar gebracht om vast te stellen of er aanleiding is een gebied als verdacht aan te merken, en zo ja voor welk soort munitie en tot welke diepte. De uitkomst is een gebiedsafbakening, geen zekerheid over een individuele locatie.
Detectie, benadering en ruiming
Is een gebied verdacht, dan volgt detectie en zo nodig benadering en ruiming. Dat werk mag alleen worden uitgevoerd door bedrijven die daarvoor gecertificeerd zijn. Het bevoegd gezag is in de regel de gemeente, die ook beoordeelt of de gekozen aanpak volstaat. Veel gemeenten beschikken over een eigen bodembelastingkaart die als vertrekpunt dient.
Waarom er geen landelijke kaart bestaat
En daarom laat dit onderzoek zich niet overal automatiseren. Er bestaat geen landelijke, dekkende dataset van verdachte gebieden. Wat er is, is per gemeente georganiseerd: sommige gemeenten publiceren een kaart als open data, andere niet, en de gehanteerde classificatie verschilt per gemeente. Een geautomatiseerde controle zou dus in het ene gebied een antwoord geven en in het andere niets vinden, zonder dat het verschil zichtbaar is, tenzij bij elke uitkomst staat welke kaart is gebruikt en of die het hele tracé dekt.
Hoe dit in het conditioneringsrapport staat
In het conditioneringsrapport van NexTerra Infra is het antwoord alleen "nee" als de kaart van de gemeente het hele tracé dekt en daar niets aanwijst; dan staat erbij welke kaart het is en van welke datum. Dekt geen kaart het hele tracé, of heeft de gemeente er geen, dan is het antwoord "onderzoek nodig", met de reden erbij. Een automatisch "geen risico gevonden" op een bron die het betreffende gebied helemaal niet dekt, leest als een geruststelling terwijl er in werkelijkheid niets is gecontroleerd. Daarom staat die zin nergens in het rapport.
Bronnen
Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten: wet- en regelgeving: de certificatieplicht voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten.
TÜV: certificatieschema CS-VROO: het schema voor vooronderzoek en risicoanalyse.
Bodemloket: bekende bodemverontreinigingen en bodemonderzoeken per locatie.
PDOK: de open geodata van de overheid waarop de quickscan conditionering draait.
Werkwijze van NexTerra Infra: de fasen, akkoordmomenten en doorlooptijd van ons eigen traject; wat hier over onze aanpak staat is onze werkwijze, geen norm.
Veelgestelde vragen
Is vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten verplicht?
Er is geen enkele wet die voor elk project een vooronderzoek voorschrijft, maar de werkgever is wel verplicht de risico's van het werk te kennen en te beheersen. Bij grondroerende werkzaamheden in een mogelijk verdacht gebied betekent dat in de praktijk dat vooronderzoek de aangewezen manier is om dat risico vast te stellen.
Wie is het bevoegd gezag?
In de regel de gemeente waar de werkzaamheden plaatsvinden. Die beoordeelt het vooronderzoek en de voorgestelde aanpak, en beschikt vaak over eerder uitgevoerde onderzoeken en een bodembelastingkaart voor het eigen grondgebied.
Wanneer zegt het conditioneringsrapport nee bij ontplofbare oorlogsresten?
Alleen als de kaart van de gemeente het hele tracé dekt en daar niets aanwijst; dan staat erbij welke kaart het is en van welke datum. Een landelijke registratie bestaat niet: wat er is, is per gemeente vastgelegd. Dekt geen kaart het hele tracé, dan is het antwoord "onderzoek nodig", met de reden erbij. Dat is veiliger dan een uitkomst die te veel belooft.