Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten: wat het is en wanneer
Door NexTerra Infra B.V. · laatst bijgewerkt op · 3 min lezen
Een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten stelt op basis van historische bronnen vast of een gebied verdacht is en waarop. Het is de stap tussen de gemeentelijke bodembelastingkaart en het daadwerkelijk opsporen, en dat laatste mag alleen door een gecertificeerd bedrijf.
In het kort
- Bureauonderzoek dat bepaalt of en waar een gebied verdacht is
- Certificatieschema CS-VROO; opsporen alleen met CS-OOO (Arbobesluit 4.10)
- Verdacht betekent onderzoeken, niet dat er iets ligt
Een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten is een bureauonderzoek op basis van historische bronnen dat vaststelt of, waar en op welke diepte in een gebied ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen worden verwacht. Voor het vooronderzoek en de risicoanalyse bestaat het certificatieschema CS-VROO; voor het opsporen geldt op grond van artikel 4.10 van het Arbobesluit een certificatieplicht.
In het artikel over ontplofbare oorlogsresten staat waarom dit onderzoek nooit automatisch gaat: er is geen landelijke bron die zegt dat een gebied schoon is. Dit artikel gaat over de stap die dan volgt, het vooronderzoek, en over wie wat mag.
Van bodembelastingkaart naar vooronderzoek
Veel gemeenten hebben een bodembelastingkaart met de plekken waar in de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Staat een locatie daarop, dan betekent dat niet dat er iets ligt; het betekent dat de mogelijkheid onderzocht moet worden voordat er in de grond wordt gewerkt. Dat onderzoek is het vooronderzoek.
Wat een vooronderzoek is
Een vooronderzoek is bureauwerk: archieven, luchtfoto's, meldingen van eerdere vondsten en literatuur worden gecombineerd tot een oordeel per deelgebied: verdacht of onverdacht, op welke soort munitie, en tot welke diepte. Daarop volgt een risicoanalyse die de geplande werkzaamheden ernaast legt: een sondering op vijf meter diepte is iets anders dan een sleuf van zestig centimeter. Voor dit werk bestaat het certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten, CS-VROO, in beheer bij de Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen.
Wat de wet eist
Artikel 4.10 van het Arbobesluit bepaalt dat het opsporen van ontplofbare oorlogsresten alleen wordt uitgevoerd door bedrijven met een certificaat opsporen ontplofbare oorlogsresten; het bijbehorende schema CS-OOO verving per 1 januari 2021 het WSCS-OCE. Of het vooronderzoek zelf gecertificeerd moet zijn, staat niet in dat artikel; het CS-VROO is ontwikkeld door private partijen en netbeheerders als leidraad.
Wat wij doen en niet doen
In een conditioneringsonderzoek controleren wij vooraf welke bronnen er voor het tracé zijn: gemeentelijke kaarten, eerdere onderzoeken, bekende vindplaatsen. Het resultaat is een signalering, nooit een vrijbrief: waar geen bron met landelijke dekking is, zeggen wij niet dat er geen risico is. Het vooronderzoek zelf en het opsporen laten wij doen door een bureau dat daarvoor gecertificeerd is, en wij plannen het in het tracé in zodat het niet op het laatste moment de uitvoering ophoudt.
Bronnen
De certificatieplicht voor opsporen en de datum van het CS-OOO staan bij het Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten. Het schema CS-VROO wordt beschreven door TÜV Nederland en is te vinden in de bibliotheek van het Kenniscentrum.
Veelgestelde vragen
Is een vooronderzoek verplicht?
Het Arbobesluit verplicht de werkgever risico's te inventariseren voordat er wordt gewerkt, en stelt een certificaat verplicht voor het opsporen. Een expliciete wettelijke plicht tot een gecertificeerd vooronderzoek staat er niet in; voor het vooronderzoek bestaat wel het certificatieschema CS-VROO.
Wat is het verschil tussen vooronderzoek en opsporing?
Het vooronderzoek is bureauwerk dat bepaalt of en waar een gebied verdacht is. Opsporing is het daadwerkelijk detecteren en benaderen in het veld, en dat mag alleen door een bedrijf met een CS-OOO-certificaat.
Betekent verdacht gebied dat er zeker iets ligt?
Nee. Verdacht betekent dat er oorlogshandelingen zijn geweest en dat de mogelijkheid onderzocht moet worden. Pas het vooronderzoek en de risicoanalyse zeggen wat dat voor je werk betekent.